De overspanning is de afstand tussen twee steunpunten, bijvoorbeeld van staander tot staander bij een overkapping. Hoe groter die afstand, hoe dikker de balk moet zijn om doorbuiging te voorkomen. Met de juiste balkdikte bouwt u een constructie die jarenlang stevig blijft staan.
De vuistregel is eenvoudig: reken 5 cm balkdikte per 100 cm overspanning. In een formule: overspanning (cm) ÷ 20 = minimale balkhoogte (cm). Hieronder vindt u per overspanning precies welke balkmaat u nodig heeft en waar u op moet letten bij dakbelasting, inkepingen en fundering.
Onderstaande tabel geeft de minimale balkdikte op basis van de vuistregel van 5 cm per 100 cm. De berekening gaat uit van gangbare lichte dakbedekking zoals EPDM, dakpanplaten of dakshingles.
| Overspanning | Berekening | Minimale balkdikte (hoogte) | Geschikte balk |
|---|---|---|---|
| 2 meter | 200 ÷ 20 = 10 cm | 100 mm | 100 × 100 mm |
| 3 meter | 300 ÷ 20 = 15 cm | 150 mm | 150 × 150 mm |
| 4 meter | 400 ÷ 20 = 20 cm | 200 mm | 200 × 200 mm |
| 5 meter | 500 ÷ 20 = 25 cm | 250 mm | 250 × 250 mm |
| 6 meter | 600 ÷ 20 = 30 cm | 300 mm | 300 × 300 mm (met schoren) |
Bij een overspanning van 6 meter is het gebruik van schoren noodzakelijk om de constructie stabiel te houden. Zonder schoren raden wij een overspanning van maximaal 5 meter aan.
Bekijk het volledige assortiment douglas balken of kies voor geschaafde douglas balken wanneer de balk zichtbaar blijft in de constructie.
De tabel hierboven geldt voor lichte dakbedekking. Gebruikt u een zwaardere belasting, dan is het verstandig om minimaal één maat dikker te kiezen. Denk aan de volgende situaties:
Echte dakpannen (keramisch of beton) zijn aanzienlijk zwaarder dan EPDM of dakshingles. Bij een overspanning van 4 meter adviseren wij dan bijvoorbeeld een balk van 250 × 250 mm in plaats van 200 × 200 mm.
Sedumdak of groendak brengt extra gewicht mee door het substraat en wateropname. Hier is het raadzaam om een constructeur in te schakelen voor een exacte berekening.
Zonnepanelen voegen niet alleen gewicht toe, maar ook windbelasting. Houd daar bij het ontwerp rekening mee.
Bij twijfel geldt altijd: kies een maat dikker. De meerkosten wegen niet op tegen het risico van doorbuiging. Neem gerust contact op met onze klantenservice voor persoonlijk advies over uw situatie.
Plaatst u de dakbalken met een inkeping op de staanders, dan verliest u aan beide zijden de dikte van de staander. Dat gaat direct van uw bruikbare overspanning af.
Een rekenvoorbeeld: u heeft een balk van 5 meter en staanders van 200 × 200 mm. De inkeping aan elke kant kost 200 mm, dus 2 × 200 = 400 mm verlies. De werkelijke overspanning wordt dan 4,60 meter in plaats van 5 meter.
| Balklengte | Staanderdikte | Verlies door inkeping | Werkelijke overspanning |
|---|---|---|---|
| 4 meter | 150 × 150 mm | 2 × 150 = 300 mm | 3,70 meter |
| 5 meter | 150 × 150 mm | 2 × 150 = 300 mm | 4,70 meter |
| 5 meter | 200 × 200 mm | 2 × 200 = 400 mm | 4,60 meter |
| 6 meter | 200 × 200 mm | 2 × 200 = 400 mm | 5,60 meter |
Wilt u geen overspanning verliezen? Gebruik dan balkdragers in plaats van inkepingen. Een balkdrager wordt aan de staander geschroefd en houdt de volledige balklengte intact.
Naast de dragende dakbalken heeft u dwarsbalken nodig om de dakbedekking te ondersteunen. Plaats deze om de 40 tot 50 cm hart-op-hart over de balklaag. Geschikte maten zijn 50 × 150 mm bezaagd of 45 × 145 mm geschaafd.
Voor het dakbeschot kunt u kiezen uit douglas dakbeschot planken die direct op de dwarsbalken worden bevestigd. Daaroverheen brengt u de dakbedekking aan, zoals EPDM.
Door schoren aan te brengen tussen de staanders en de dakbalken, vergroot u de draagkracht van de constructie. Schoren verkorten de vrije overspanning van de balk, waardoor de balk effectief minder ver hoeft te overbruggen.
In de praktijk betekent dit dat u met schoren een overspanning van 6 meter kunt realiseren met balken van 250 × 250 mm, waar u zonder schoren 300 × 300 mm nodig zou hebben. Schoren zijn bovendien een mooi zichtbaar element in een douglas overkapping.
Een stevige fundering voorkomt dat de overkapping na verloop van tijd verzakt. Wij adviseren om elke staander op een betonpoer te plaatsen. De betonpoer houdt het hout vrij van de grond, wat houtrot voorkomt, en zorgt voor een stabiele basis. Hoe zwaarder de constructie, hoe groter de betonpoer moet zijn.
Hoe plaatst u een betonpoer?
Graaf een gat op de gewenste afmeting en diepte. Leg een stoeptegel op de bodem als stabiele basis. Plaats de betonpoer op de tegel, ongeveer 10 cm boven het maaiveld, zodat de staander vochtvrij van de grond blijft. Vul het gat rondom aan, eventueel met snelbeton voor extra stevigheid.
Staander op betonpoer bevestigen
Bevestig een stelplaat aan de onderzijde van de staander met houtdraadbouten. Boor het hout voor en draai vervolgens de staander in zijn geheel op de betonpoer. Versterk de staander tijdens de constructie tijdelijk met panlatten voor extra stabiliteit.
Als de balkdikte en fundering bepaald zijn, is het zaak om de juiste bevestigingsmaterialen te kiezen. Voor schroeflengte geldt een eenvoudige vuistregel: dikte van het materiaal × 2,5 = minimale schroeflengte.
Een voorbeeld: bevestigt u een plank van 20 mm, dan heeft u een schroef van minimaal 50 mm nodig (20 × 2,5 = 50). Voor zwaardere verbindingen, zoals het vastzetten van balken, is het verstandig om een dikkere schroef te gebruiken die meer trekkracht aankan.
Bekijk het volledige assortiment schroeven en houtdraadbouten voor de juiste bevestiging van uw constructie.
Deel de overspanning in centimeters door 20. Bij 4 meter overspanning is dat 400 ÷ 20 = 20 cm. U heeft dan minimaal een balk van 200 × 200 mm nodig. Dit geldt voor lichte dakbedekking zoals EPDM of dakpanplaten.
Bij 3 meter overspanning heeft u minimaal een balk van 150 × 150 mm nodig. Gebruikt u zwaardere dakbedekking zoals keramische dakpannen, kies dan voor 200 × 200 mm.
Ja, maar dan zijn schoren noodzakelijk. Zonder schoren is de maximale aanbevolen overspanning 5 meter met balken van 250 × 250 mm. Met schoren kunt u tot 6 meter overbruggen. Voor grotere overspanningen is het verstandig om een constructeur te raadplegen.
Bezaagde balken zijn ruw en iets dikker, geschaafde balken zijn glad afgewerkt en iets smaller. Voor de overspanningsberekening maakt dit in de praktijk weinig verschil, maar bij zichtwerk kiezen veel mensen voor geschaafd vanwege de strakke uitstraling.
Voor een standaard overkapping met lichte dakbedekking kunt u met de vuistregel uit dit artikel goed uit de voeten. Bij grotere overspanningen dan 6 meter, zware dakbelasting of een bouwvergunningsplichtig project is het raadzaam om een constructeur de exacte berekening te laten maken.